ECLI:NL:RVS:2024:4773
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor recreatieark in ecologische hoofdstructuur
Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden verleende op 11 maart 2020 een omgevingsvergunning voor drie jaar aan appellant sub 1 voor het realiseren van een aanlegplaats en het bouwen van een recreatieark in Grou. De vergunning werd aangevochten door de Vereniging van Eigenaren Suder Burd en anderen, die vreesden voor negatieve gevolgen voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het besluit van 17 november 2020 waarin het college het bezwaar ongegrond verklaarde en herroept het primaire besluit van 11 maart 2020. Het college en appellant sub 1 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de VvE en anderen voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelden.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van Grouster Vastgoed Maatschappij B.V. niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang. De hoger beroepen van het college en appellant sub 1 zijn gegrond omdat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de omgevingsvergunning in strijd was met artikel 5.5.1 van de Verordening Romte Fryslân 2014. De Raad stelt vast dat het besluit niet ziet op een complex van recreatiewoningen en dat artikel 5.5.1 daarom niet van toepassing is.
Tegelijkertijd oordeelt de Raad dat het college niet heeft gemotiveerd dat de vergunning voldoet aan de eisen van artikel 7.1.1 van de Verordening betreffende de bescherming van de EHS. De vergunning leidt tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS, waardoor het beroep van de VvE en anderen gegrond is en het besluit van 17 november 2020 vernietigd moet worden.
De Raad van State veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan zowel appellant sub 1 als de VvE en anderen, en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het besluit van 17 november 2020 wordt vernietigd wegens strijd met de Verordening Romte Fryslân 2014 en onvoldoende motivering over de Ecologische Hoofdstructuur.