ECLI:NL:RVS:2024:4743
Raad van State
- Hoger beroep
- P.H.A. Knol
- J. Gundelach
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onbevoegdheid college bij overtreding Wet natuurbescherming
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel legde aan appellante sub 1 een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze last hield in dat zij de verslechtering van natuurlijke habitats in het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen moest beëindigen. Appellante sub 1 voerde aan dat het college niet bevoegd was tot handhavend optreden omdat zij beschikte over bestaande rechten en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een overtreding op het moment van het besluit. De gebruikte controle was verouderd en de berekening met de AERIUS Calculator toonde geen feitelijke overtreding aan.
Het hoger beroep van appellante sub 1 werd gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd. Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2A en Stichting Leefbaar Buitengebied werd ongegrond verklaard omdat het niet gericht was tegen dragende overwegingen van de rechtbankuitspraak. De Afdeling bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college tot oplegging van een last onder dwangsom wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.