ECLI:NL:RVS:2024:4700
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatig verblijf en zorg- en opvoedingstaken van vreemdeling bij minderjarige zoon
De vreemdeling, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan op grond van afgeleid verblijfsrecht via zijn minderjarige Nederlandse zoon. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing.
De vreemdeling woont sinds maart 2022 samen met zijn zoon en ex-partner op hetzelfde adres en heeft diverse verklaringen en bewijsstukken overgelegd die aantonen dat hij zorg- en opvoedingstaken verricht. De rechtbank oordeelde echter dat deze taken marginaal waren en dat er geen sprake was van een daadwerkelijke afhankelijkheidsrelatie.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de zorg- en opvoedingstaken als marginaal moeten worden beschouwd, vooral gezien de samenhang van de overgelegde verklaringen en stukken. Ook is het oordeel over de afhankelijkheidsrelatie gebaseerd op een onjuist uitgangspunt. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar vernietigd, en wordt de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak en het besluit op bezwaar worden vernietigd, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.