ECLI:NL:RVS:2024:424
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 29 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 5 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de richtlijn niet op 4 september 2023 kan eindigen, maar doorloopt tot 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 29 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling benadrukte dat de tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn geboden is en dat de staatssecretaris moet aansluiten bij de looptijd van deze richtlijn. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.