ECLI:NL:RVS:2024:4191
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- M. den Heyer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 maart 2023 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en handhaafde het uitgevaardigde inreisverbod. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 13 april 2023 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde voor zover het het niet opheffen van het inreisverbod betrof.
De minister van Asiel en Migratie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het motiveringsbesluit van de minister onvoldoende was. De minister had wel degelijk een op de persoon toegespitste beoordeling gegeven, waarbij onder meer was meegewogen dat de vreemdeling ontkende betrokken te zijn geweest bij strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 1 maart 2023 alsnog ongegrond. Tevens vernietigde de Afdeling het besluit van 4 mei 2023, waarin het verzoek om opheffing van het inreisverbod opnieuw was afgewezen, omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 1 maart 2023 wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft gehandhaafd.