ECLI:NL:RVS:2024:4189
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na beroep rechtbank
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 19 augustus 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en overgenomen de motivering van de rechtbank zonder verdere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming bevatte.
De Afdeling zag ook geen ambtshalve reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.