ECLI:NL:RVS:2024:407
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet door de staatssecretaris kon worden beëindigd op 4 september 2023. De bescherming loopt van rechtswege door tot 4 maart 2024. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 23 augustus 2023 vernietigd.
Verder is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van € 2.625,00 aan de vreemdeling moet vergoeden, die verband houden met de behandeling van het beroep en hoger beroep. De Afdeling heeft hiermee de belangen van de vreemdeling beschermd tegen voortijdige beëindiging van de tijdelijke bescherming.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.