ECLI:NL:RVS:2024:3964
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval ondanks betwisting over overtreder
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 3 november 2023 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een ingedeukte kartonnen doos te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. De doos droeg een adreslabel met de naam en het adres van appellant, die daardoor als overtreder werd aangemerkt.
Appellant betwistte niet dat de doos van haar afkomstig was, maar stelde dat zij niet degene was die de doos naast de container had geplaatst. Zij gaf aan dat de doos met kattenbaksteentjes in maart 2022 was besteld en toen al in een andere container was weggegooid. Zij voerde aan dat de doos mogelijk door derden was meegenomen en op een andere locatie was achtergelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van vaste rechtspraak het bewijsvermoeden geldt dat degene wiens naam en adres op het afval staan, het afval verkeerd heeft aangeboden. Dit vermoeden kan alleen worden ontkracht door voldoende twijfel te doen ontstaan over de verantwoordelijkheid. De stellingen van appellant waren onvoldoende onderbouwd om het vermoeden te ontkrachten. De afstand waarop de doos werd aangetroffen en de mogelijkheid dat derden de doos hadden meegenomen, waren onvoldoende om het bewijsvermoeden te weerleggen.
Daarom werd appellant terecht als overtreder aangemerkt en het beroep ongegrond verklaard. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuursdwang wordt ongegrond verklaard omdat appellant het bewijsvermoeden niet heeft kunnen ontkrachten.