ECLI:NL:RVS:2024:3913
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure nam de minister alsnog een besluit op 7 februari 2024, waarbij de aanvraag werd ingewilligd. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep tegen het eerdere niet-tijdig besluit niet-ontvankelijk is, omdat de minister de beslistermijn rechtmatig met negen maanden had verlengd en binnen vijftien maanden een besluit had genomen.
De Afdeling constateerde dat het beroep tegen het besluit van 7 februari 2024 van rechtswege is ontstaan en verwees dit naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, voor inhoudelijke toetsing. Tegen het oordeel van die rechtbank staat hoger beroep open.
De Afdeling besloot het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en het beroep tegen het besluit van 7 februari 2024 door te verwijzen naar de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het latere besluit is verwezen naar de rechtbank.