ECLI:NL:RVS:2024:3879
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vennoot VOF
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde de voormalige vennoten van een VOF een boete op van €16.000 wegens het laten verrichten van werkzaamheden door twee vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €12.000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat hij als vennoot verantwoordelijk was voor de overtredingen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij ten tijde van de overtredingen nog in een oriëntatiefase zat en niet op de hoogte was van de illegale arbeid binnen de VOF. De Raad van State oordeelde dat het feitelijk werkgeverschap en de verantwoordelijkheid voor naleving van de Wav niet afhankelijk zijn van de mate van betrokkenheid of kennis. De boete werd niet als onevenredig beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 voor overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen door appellant als vennoot van de VOF.