ECLI:NL:RVS:2024:381
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestendiging omgevingsvergunning atelier en berging ondanks bezwaren over overgangsrecht en welstandseisen
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen verleende op 1 maart 2021 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een atelier en berging op een perceel in Kropswolde. De aanvrager had de vergunning op 5 januari 2021 aangevraagd. De vergunning werd verleend omdat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan "Woongebieden" en er geen weigeringsgronden waren volgens de Wabo.
De appellant, wonend op het naastgelegen perceel, voerde meerdere bezwaren aan, waaronder dat het bouwplan niet past binnen het karakter van de wijk, dat er procedurele fouten waren gemaakt, dat het besluit in het geheim was voorbereid, dat het bouwplan niet aan welstandseisen voldeed en dat de vergunning in strijd was met het overgangsrecht uit het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de procedure bij de rechtbank correct was verlopen, dat het college de aanvraag conform de wettelijke eisen had gepubliceerd en dat er geen sprake was van geheimhouding. Het overgangsrecht was niet van toepassing omdat het atelier en de berging niet in strijd waren met de planregels. Ook was er geen strijd met redelijke eisen van welstand, mede omdat het gebied als welstandsluw was aangewezen en het bouwplan aan de criteria voldeed.
Andere bezwaren, zoals de locatie van het bouwwerk over een kabel en klachten over bomenvergiftiging, werden niet inhoudelijk behandeld omdat ze niet tijdig waren ingebracht of irrelevant waren voor het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.