ECLI:NL:RVS:2024:3708
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang vreemdeling na afwijzing asielverzoek
De minister van Asiel en Migratie heeft op 29 april 2024 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 september 2024 bij wijze van ordemaatregel besloten dat de voorgenomen beëindiging van de opvang van de vreemdeling op 16 september 2024 niet doorgaat. Dit besluit is genomen omdat de noodzakelijke stukken voor de beoordeling van het hoger beroep nog niet zijn ontvangen. De voorzieningenrechter zal na ontvangst van de stukken het verzoek verder beoordelen.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter M. Soffers en griffier J.W. Prins.
Uitkomst: De voorgenomen beëindiging van de opvang van de vreemdeling op 16 september 2024 wordt uitgesteld in afwachting van het hoger beroep.