ECLI:NL:RVS:2024:3630
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van artikel 8 EVRM
De vreemdeling, geboren in 1967 en van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek in 2021 af en verklaarde het bezwaar in 2023 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank onvoldoende terughoudend was in haar beoordeling en ten onrechte haar eigen oordeel in de plaats stelde van dat van de minister. De minister had de medische problematiek van de zoon en de aanwezige zorgmogelijkheden voldoende betrokken in zijn beoordeling. Ook was de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro deugdelijk gemotiveerd, waarbij de minister terecht stelde dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn tussen de vreemdeling en haar zoon.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.