ECLI:NL:RVS:2024:3623
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsom ondanks bezwaar en beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft op 17 maart 2021 besloten tot invordering van een verbeurde dwangsom van €13.000,- opgelegd aan Janima Vastgoed B.V. Janima maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 4 mei 2022 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond bij uitspraak van 28 maart 2023.
Janima stelde in hoger beroep dezelfde gronden naar voren, maar kon niet aantonen dat de rechtbank onjuist of onvolledig had geoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het belang van invordering van een verbeurde dwangsom zwaarwegend is en dat alleen in bijzondere omstandigheden hiervan kan worden afgezien.
De Afdeling constateerde dat het pand in strijd met het bestemmingsplan werd bewoond en dat de last onder dwangsom onherroepelijk is. Er was geen sprake van financieel onvermogen bij Janima en ook de coronacrisis en de situatie met Oekraïense vluchtelingen, die pas na de besluitvorming ontstonden, vormen geen bijzondere omstandigheden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en hoefde het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom van €13.000,- blijft in stand.