ECLI:NL:RVS:2024:3605

Raad van State

Datum uitspraak
9 september 2024
Publicatiedatum
4 september 2024
Zaaknummer
BRS.24.000238
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak vreemdelingenrecht

Verzoekster heeft bij brief van 23 en 24 juni 2024 verzocht om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024 in een vreemdelingenzaak. Zij heeft nadere stukken ingediend ter onderbouwing van haar verzoek.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat herziening slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die bij de verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die bij de bestuursrechter tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

De Afdeling concludeert dat de door verzoekster aangevoerde redenen niet voldoen aan deze criteria. Het verzoek is in wezen een herhaling van haar onvrede over de eerdere uitspraak en de wijze waarop deze zonder zitting en met een verkorte motivering is gedaan. Dit is echter geen grond voor herziening.

De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin is toegelicht dat in hoger beroep in vreemdelingenzaken zonder zitting en met verkorte motivering kan worden beslist. Daarom wijst de Afdeling het verzoek om herziening af en bepaalt dat de proceskosten niet worden vergoed.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak van 12 juni 2024 wordt afgewezen.

Uitspraak

BRS.24.000238
Datum uitspraak: 9 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling]
verzoekster,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024 in zaak nr. BRS.24.000196, ECLI:NL:RVS:2024:2372.
Procesverloop
Bij brief van 23 juni 2024, aangevuld bij brief van 24 juni 2024, heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 12 juni 2024.
Verzoekster heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1.1.    De Afdeling wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van 12 juni 2024 af. De Afdeling legt hierna uit waarom zij dat doet.
1.2.    In artikel 8:119, eerste lid, van de Awb staat in welke situatie de Afdeling een onherroepelijk geworden uitspraak kan herzien. Het eerste lid van dat artikel luidt:
"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."
1.3.    Dit betekent, kort gezegd, dat alleen in bijzondere gevallen herziening van een onherroepelijke uitspraak mogelijk is. Dat kan alleen maar als er feiten of omstandigheden zijn van vóór de uitspraak, waar een verzoeker pas ná de uitspraak achter is gekomen. En dan hadden die omstandigheden ook nog tot een andere uitspraak moeten kunnen leiden, als de Afdeling er op tijd van had geweten. De redenen die verzoekster geeft in het herzieningsverzoek zijn niet zulke feiten of omstandigheden.
1.4.    In de kern is verzoekster het niet eens met de uitspraak van 12 juni 2024 en met het feit dat de Afdeling deze zonder zitting en met een verkorte motivering heeft gedaan. Maar herziening is niet bedoeld om een uitspraak waar iemand het niet mee eens is, nog eens aan de rechter voor te leggen.
Dat de Afdeling de uitspraak van 12 juni 2024 zonder zitting en verkort gemotiveerd heeft gedaan, is ook geen reden voor toewijzing van het herzieningsverzoek. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1060 en ECLI:NL:RVS:2019:1061, overigens uitgebreid toegelicht dat en waarom zij in hoger beroepen in vreemdelingenzaken zonder zitting en met een verkorte motivering uitspraak kan doen.
1.5.    Daarom wijst de Afdeling het verzoek om herziening af. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2024
846-1111