ECLI:NL:RVS:2024:3591
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor deels bovengrondse parkeervoorziening ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 4 juli 2019 een omgevingsvergunning aan een maatschap voor de bouw van een parkeervoorziening bij een woongebouw, bestaande uit een deels ondergrondse en deels bovengrondse parkeerkelder met autolift en werkruimtes. Deze vergunning was strijdig met het bestemmingsplan Willemspark - Van Eeghenstraat 2002. Na bezwaar en beroep verklaarden het college en de rechtbank het besluit in stand.
Appellanten stelden dat het nieuwe bestemmingsplan Willemspark - Vondelpark 2019 het gebruik zonder meer toestond, maar de Afdeling oordeelde dat de vergunning niet kon worden aangemerkt als bestaande ondergrondse parkeervoorziening en dat het belang bij beoordeling van de afwijking van het oude bestemmingsplan bleef bestaan. De Afdeling beoordeelde vervolgens inhoudelijk de gronden van appellanten.
De Afdeling concludeerde dat het college beleidsruimte had om af te wijken van het bestemmingsplan en dat het beleid geen expliciete regels bevatte voor dergelijke parkeervoorzieningen, waardoor maatwerk en belangenafweging noodzakelijk waren. De onderzoeken naar effecten op de grondwaterhuishouding waren deugdelijk en rechtvaardig. Het bouwplan was technisch uitvoerbaar ondanks achtergebleven damwanden. De vermeende nadelige ruimtelijke gevolgen en verkeersbewegingen waren beperkt en onvoldoende onderbouwd.
De Afdeling oordeelde dat het college de belangen voldoende had afgewogen en dat het besluit tot verlening van de vergunning rechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.