ECLI:NL:RVS:2024:3554
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 30 augustus 2024 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De voorziening waarborgt dat de vreemdeling tijdens de procedure niet wordt uitgezet en dat zijn belangen worden beschermd totdat de zaak inhoudelijk is beslist.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet de proceskosten vergoeden.