ECLI:NL:RVS:2024:3467
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over oplegging grensdetentie aan Russische transgender vreemdeling
Bij besluit van 23 juni 2024 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan een Russische transgender vreemdeling. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de minister onvoldoende had beoordeeld of bijzondere individuele omstandigheden aanwezig waren die de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maakten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank deze toets op juiste wijze had uitgevoerd en dat de minister terecht had geoordeeld dat dergelijke omstandigheden niet aan de orde waren.
De Raad van State zag geen aanleiding om de grensdetentie onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geoordeeld dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2024.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de oplegging van grensdetentie en verklaart het hoger beroep ongegrond.