ECLI:NL:RVS:2024:327
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake gedeeltelijke vernietiging verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 7 september 2022 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 juni 2023 het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde en het besluit gedeeltelijk vernietigde, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand bleven.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde zij de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.