ECLI:NL:RVS:2024:3236
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitstel van vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand blijven. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.