ECLI:NL:RVS:2024:3162
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep tegen rechtbankuitspraak
Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie over de informatieplicht van de minister en ziet geen reden om anders te oordelen.
Daarom bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en acht zij de bewaring rechtmatig. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.