ECLI:NL:RVS:2024:3071
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 maart 2024 besloten een vreemdeling in bewaring te stellen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn. Bovendien is de bewaring niet onrechtmatig.
Daarom bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 30 juli 2024.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.