ECLI:NL:RVS:2024:304
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na intrekking afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 7 september 2022 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. Dit besluit werd later ingetrokken op 29 september 2023. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk, oordeelde dat er te laat was besloten en legde een dwangsom op aan de staatssecretaris.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank, met name over de vergoeding van kosten voor een deskundigenverklaring die zij had ingebracht. De Afdeling oordeelde dat het inroepen van de deskundige redelijk was en dat de kosten van € 300,00 niet onredelijk waren, ondanks het ontbreken van een toelichting bij de verklaring.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de proceskostenvergoeding beperkte tot € 837,00 en stelde de vergoeding vast op € 1.175,00 voor de eerste aanleg en € 437,50 voor het hoger beroep, met een wegingsfactor toegepast. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van in totaal € 1.612,50 aan proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.612,50 aan proceskosten aan de vreemdeling.