ECLI:NL:RVS:2024:2998
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorschrift bosbeheerplan bij omgevingsvergunning aanleg inrit nabij Natura 2000-gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Oirschot weigerde aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het verleggen van een inrit nabij het Natura 2000-gebied Kempenland West. Na beroep verleende het college alsnog de vergunning. De rechtbank vernietigde het weigeringbesluit en stelde een voorschrift aan de vergunning verbonden aan de uitvoering van een bosbeheerplan. Zowel de erven van appellant als de Werkgroep Natuur en Landschap stelden hoger beroep in tegen dit voorschrift.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning slechts betrekking heeft op de aanleg van de inrit en niet op andere werkzaamheden zoals het verwijderen van houtgewas. Het verbinden van het bosbeheerplan als voorschrift aan de vergunning was onterecht omdat dit plan losstaat van de aanleg van de inrit en de vergunning geen onevenredige aantasting van natuurwaarden veroorzaakt.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim een maand was overschreden, wat volledig aan de Afdeling toe te rekenen is. De Werkgroep kreeg een schadevergoeding toegekend. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het voorschrift werd verbonden, maar bevestigd voor het overige. De proceskosten werden aan het college en de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het voorschrift dat de uitvoering van het bosbeheerplan verbindt aan de omgevingsvergunning is vernietigd, de vergunning voor de aanleg van de inrit blijft in stand en er is een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.