ECLI:NL:RVS:2024:2973
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 30 mei 2024 in bewaring. De vreemdeling maakte tegen deze bewaring bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het niet aan de rechter is om te oordelen over bevoegdheden die niet bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 zijn toegekend, conform vaste rechtspraak en eerdere uitspraken.
Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat het oordeel van de rechtbank niet verder gemotiveerd hoeft te worden. De Afdeling ziet ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt met verbetering van gronden bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.