ECLI:NL:RVS:2024:2970
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na niet in behandeling nemen aanvragen
Bij besluiten van 3 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid meerdere aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. De rechtbank heeft bij uitspraak van 27 juni 2024 deze beroepen ongegrond verklaard.
De vreemdelingen zijn tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en hebben tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De Afdeling heeft het hoger beroep en het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
De Afdeling heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is op 22 juli 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter V.V. Essenburg.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.