ECLI:NL:RVS:2024:2924
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- M.M. Kaajan
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over terugvordering kindgebonden budget bij verblijf kinderen in Marokko
In deze zaak gaat het om de terugvordering van kindgebonden budget over 2015, waarbij twee minderjarige kinderen van appellant in Marokko woonden en de moeder met de zorg was belast. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) betaalde voorschotten aan de moeder uit, maar vorderde later het bedrag terug van appellant. De Svb stelde dat appellant minder hoefde terug te betalen, maar verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de brief van de Svb van 27 maart 2020 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de bevoegdheid tot terugvordering bij de Dienst Toeslagen ligt. Het convenant tussen Svb en Dienst Toeslagen geeft geen wettelijke grondslag voor de invordering door de Svb. De Afdeling vernietigt het besluit van 9 september 2020 en verklaart het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk.
Verder is de redelijke termijn voor de procedure overschreden, waardoor appellant een schadevergoeding van €500 wordt toegekend. De Afdeling veroordeelt de Svb tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van de schadevergoeding. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de Sociale Verzekeringsbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.