ECLI:NL:RVS:2024:2894
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Urgentieverklaring woningzoekprofiel aangepast wegens onbillijkheid door niet-meerekenen kinderen
Appellant, een erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege psychische problematiek die samenhangt met haar huidige woning en de problematische gebeurtenissen daarin. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag kende haar een urgentieverklaring toe voor een woning met maximaal één slaapkamer, omdat de kinderen niet werden meegerekend in het zoekprofiel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit zoekprofiel ongegrond, omdat er geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden was en de kinderen niet op hetzelfde adres stonden ingeschreven. Appellant stelde dat de kinderen toch tot haar huishouden moesten worden gerekend en dat het ontbreken van slaapkamers voor hen een schrijnende situatie oplevert die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte de kinderen niet heeft betrokken bij het zoekprofiel, ondanks het GGD-advies dat de woonsituatie levensontwrichtend is mede door het ontbreken van ruimte voor de kinderen. Dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een zoekprofiel voor een huishouden van drie personen vast te stellen.
Uitkomst: Het college moet het zoekprofiel aanpassen aan een huishouden van drie personen en de proceskosten van appellant vergoeden.