ECLI:NL:RVS:2024:2695
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen subsidies aan onderwijsinstelling
Appellant maakte bezwaar tegen alle subsidies die het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan Stichting Dunamare Onderwijsgroep zou toewijzen en uitkeren. Het college verklaarde dit bezwaar bij besluit van 16 juni 2021 niet-ontvankelijk, omdat niet was vastgesteld dat het bezwaar was gericht tegen een concreet besluit waartegen bezwaar mogelijk is.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De rechtbank overwoog tevens dat appellant geen belanghebbende is bij het besluit tot subsidieverstrekking aan de school waar zijn zoon tot 18 mei 2021 onderwijs volgde, maar deze overweging was niet beslissend.
In hoger beroep beperkte de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich tot de vraag of het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling volgde het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar niet was gericht tegen een concreet besluit en bevestigde de uitspraak. Ook de stelling dat het verweerschrift te laat was ingediend en dat het college geen verweer voerde op de zitting, leidde niet tot een ander oordeel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen subsidies aan Stichting Dunamare is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep ongegrond.