ECLI:NL:RVS:2024:2605
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting pand wegens betrokkenheid bij georganiseerde drugshandel
De burgemeester van Zaanstad sloot op 21 april 2020 een pand in Zaandam voor twaalf maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar georganiseerde cocaïne-invoer. De politie onderschepte zestien dozen cocaïne die bestemd waren voor het pand en leverde deze in het kader van pseudodienstverlening af. Het pand werd doorzocht en er werd drugshandel in georganiseerd verband vastgesteld.
De eigenaar, appellant, maakte bezwaar tegen de sluiting en voerde aan dat hij adequaat toezicht hield en dat de zending door de politie werd uitgevoerd, waardoor hem geen verwijt kan worden gemaakt. De burgemeester verkortte de sluiting tot zes maanden, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De bevindingen, waaronder een pakbon in het pand en de professionele aard van de drugshandel, rechtvaardigen de sluiting. Ook de ligging in een kwetsbare wijk en de aanwezigheid van meerdere gesloten panden in de omgeving ondersteunen dit besluit. De sluiting van zes maanden werd als evenwichtig beschouwd, ondanks de zorgplicht van appellant.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De sluiting van het pand voor zes maanden wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.