ECLI:NL:RVS:2024:2557
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning bedrijfswoning op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân weigerde op 28 juli 2022 een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bedrijfswoning op een perceel op bedrijventerrein 't Oogh. De eigenaar, verzoeker A, verhuurt het perceel aan verzoeker B die daar een wolspinnerij exploiteert en woont. Ondernemers op het bedrijventerrein verzochten handhaving vanwege vermeende illegale bewoning die hun bedrijfsvoering belemmert.
Het college trad handhavend op met een last onder dwangsom van €25.000,00 om de bewoning te beëindigen en voorzieningen te verwijderen. Bezwaar en beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. Verzoekers stelden hoger beroep in en vroegen om een voorlopige voorziening om de dwangsom en beëindiging van bewoning op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker B geen alternatieve woonruimte heeft en dat er geen zwaarwegende belangen zijn voor een spoedige beëindiging van bewoning. Het college en andere ondernemers hadden geen bezwaar tegen schorsing. Daarom werd de last onder dwangsom en het besluit op bezwaar geschorst tot uitspraak in hoger beroep. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De schorsing impliceert geen oordeel over de inhoudelijke zaak, en verzoekers moeten rekening houden met het risico dat de dwangsom alsnog gehandhaafd wordt. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. ten Veen op 25 juni 2024.
Uitkomst: De Raad van State schorst de last onder dwangsom en het bezwaarbesluit tot uitspraak in hoger beroep, waardoor bewoning kan voortduren.