ECLI:NL:RVS:2024:2494
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- J.C.A. de Poorter
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing sluiting bedrijfspand wegens openbare ordeverstoring in Rotterdam
Op 30 oktober 2019 werd het bedrijfspand van [buurtwinkel] in Rotterdam beschoten, waarna de burgemeester het pand met spoed sloot voor maximaal twee weken. Op 12 november 2019 volgde een besluit tot sluiting voor onbepaalde tijd op grond van artikel 2:35 van Pro de APV Rotterdam 2012, vanwege ernstige aantasting van de openbare orde en het woon- en leefklimaat in een veiligheidsrisicogebied.
De burgemeester handhaafde deze sluiting bij besluit van 15 mei 2020, ondanks een negatief advies van de Algemene Bezwaarschriftencommissie om de duur te beperken tot twaalf maanden. De rechtbank oordeelde in 2022 dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom hij afweek van de bestendige bestuurspraktijk, die doorgaans aansluiting zoekt bij de Horecanota Rotterdam 2017-2021, en vernietigde het besluit.
De burgemeester stelde in hoger beroep dat de Horecanota niet van toepassing is op winkels zoals [buurtwinkel] en dat hij voldoende gemotiveerd had waarom de sluiting voor onbepaalde tijd werd gehandhaafd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat bij afwijking van een bestendige bestuurspraktijk expliciete motivering vereist is, die in dit geval ontbrak.
De Afdeling bevestigde daarom de eerdere uitspraken van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep ongegrond en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De burgemeester moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van [buurtwinkel].
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank bevestigd.