ECLI:NL:RVS:2024:2366
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na belangenafweging gezinsleven
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 maart 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 4 maart 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de eerste drie grieven van de vreemdeling niet leiden tot vernietiging van het vonnis en dat deze niet nader gemotiveerd hoeven te worden omdat zij geen vragen van algemeen belang bevatten. De vierde grief betrof de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro over het gezins- en familieleven.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende concrete onderbouwing gaf over de feitelijke invulling van het gezinsleven tussen haar, haar driejarige kind en de vader van het kind in Sierra Leone. Het enkele feit dat het kind een verblijfsvergunning bij de vader heeft, betekent niet dat er een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven daar voort te zetten. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de vader niet naar Sierra Leone kan reizen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel na een zorgvuldige belangenafweging.