ECLI:NL:RVS:2024:2262
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 september 2019 aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na het ongegrond verklaren van hun bezwaar op 15 oktober 2021, stelde de rechtbank bij uitspraak van 12 april 2024 het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
De vreemdelingen stelden vervolgens hoger beroep in en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om hun uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van de vreemdelingen aanleiding geven om een voorlopige voorziening te treffen.
De Raad van State bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.