ECLI:NL:RVS:2024:2261
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-in-behandeling-neming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 29 maart 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 10 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank over en stelt vast dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen. Daarom is nadere motivering niet nodig. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.