ECLI:NL:RVS:2024:2258
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- E.J. Daalder
- M.M. Kaajan
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over toeslagpartner en kindgebonden budget
Het hoger beroep betreft een geschil tussen appellant en de Dienst Toeslagen over de vaststelling van het toetsingsinkomen voor het kindgebonden budget 2016 en de aanmerkingscriteria van de toeslagpartner.
Appellant stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar en dat zijn ex-echtgenoot onterecht als toeslagpartner is aangemerkt omdat zij duurzaam gescheiden leven. De Afdeling oordeelde dat het bezwaar zich beperkte tot de vraag of het juiste toetsingsinkomen was gehanteerd, wat de Belastingdienst mocht beoordelen aan de hand van het vastgestelde verzamelinkomen. Tevens is niet in geschil dat een lager toetsingsinkomen niet tot een hogere toeslag zou leiden, waardoor appellant niet gehoord hoefde te worden.
Verder werd geoordeeld dat op grond van de Awir en Awr de echtgenoot als toeslagpartner wordt aangemerkt, ook bij duurzaam gescheiden leven, en dat de uitzonderingsgrond niet van toepassing is. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat nog geen vier jaar waren verstreken sinds ontvangst van het bezwaarschrift.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.