ECLI:NL:RVS:2024:2240
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boete wegens onrechtmatige onttrekking woning aan woonruimtevoorraad door vakantieverhuur zonder hoofdverblijf
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een boete van €20.500 op wegens het zonder vergunning onttrekken van een woning aan de woonruimtevoorraad door het exploiteren van vakantieverhuur en een B&B zonder dat appellant zijn hoofdverblijf in de woning had. Toezichthouders troffen toeristen aan in de woning en constateerden dat appellant niet permanent woonde in de woning, maar in het buitenland verbleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de boete. Appellant stelde in hoger beroep dat hij nog in de Basisregistratie Personen stond ingeschreven en dat hij wel degelijk de intentie had hoofdverblijf te houden. De Raad van State oordeelde echter dat het college voldoende heeft aangetoond dat appellant geen hoofdverblijf had in de woning, mede gelet op het ontbreken van persoonlijke eigendommen en het feit dat hij in het buitenland verbleef.
Verder wees de Raad van State het verzoek tot matiging van de boete af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden, zoals geringe financiële draagkracht of beperkte ernst van de overtreding, aanwezig waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €20.500 wegens onrechtmatige onttrekking van de woning aan de woonruimtevoorraad.