ECLI:NL:RVS:2024:2164
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvragen
De vreemdelingen hadden beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de staatssecretaris nog geen besluit had genomen. Inmiddels heeft de staatssecretaris bij besluiten van 29 april 2024 de aanvragen ingewilligd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat het hoger beroep daardoor geen belang meer heeft en verklaart het niet-ontvankelijk. Tevens wordt opgemerkt dat de beslistermijn door de staatssecretaris met negen maanden was verlengd, maar dat de termijn van vijftien maanden toch werd overschreden. Daarom wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen.
De vreemdelingen hebben aangegeven akkoord te zijn met de besluiten van 29 april 2024, waardoor er geen beroep van rechtswege is ontstaan. De Afdeling past een wegingsfactor toe bij de proceskostenvergoeding en besluit het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.