ECLI:NL:RVS:2024:2062
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na ongegrond beroep rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 23 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 9 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.