ECLI:NL:RVS:2024:2020
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 februari 2024 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond op 3 april 2024, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en besloten een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.