ECLI:NL:RVS:2024:1923
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning tijdelijke bescherming Oekraïense vrouw
De zaak betreft een 85-jarige Oekraïense vrouw die tijdelijke bescherming geniet in Nederland en een aanvraag deed voor een reguliere verblijfsvergunning om haar familie- en gezinsleven met haar dochter en diens gezin, allen Nederlandse staatsburgers, voort te zetten. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er sprake was van een schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat de afwijzing niet leidt tot scheiding van de vreemdeling van haar familie. De tijdelijke bescherming vormt geen belemmering voor het uitoefenen van het familie- en gezinsleven. Artikel 8 EVRM Pro geeft geen recht op een bepaald type verblijfsvergunning en er is geen sprake van inmenging zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 EVRM Pro.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.