ECLI:NL:RVS:2024:1835
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde na mishandeling
Appellant, met de Syrische nationaliteit, verzocht om naturalisatie, maar dit verzoek werd op 6 september 2022 door de staatssecretaris afgewezen vanwege ernstige vermoedens dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde zoals bedoeld in artikel 9 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. Deze afwijzing was gebaseerd op eerdere veroordelingen wegens mishandeling in de familiesfeer, waaronder een arrest van het gerechtshof Den Haag in april 2022 en een vonnis van de politierechter Rotterdam uit 2018.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris op 21 februari 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond op 29 november 2023. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het feit dat de strafbare feiten binnen de relationele sfeer plaatsvonden, niet leidt tot bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de strafrechter reeds rekening had gehouden met verzachtende omstandigheden bij het bepalen van de strafmaat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.