ECLI:NL:RVS:2024:1785
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 augustus 2023 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 maart 2024 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor een voorlopige voorziening hier geschikt voor is. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 30 april 2024 door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.