ECLI:NL:RVS:2024:1768
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico gevangenisstraf Oeganda
De vreemdeling, een Oegandese vrouw, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris werd afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat het risico op een onevenredige gevangenisstraf of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Oeganda niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling niet aannemelijk zou maken daadwerkelijk gevangenisstraf te ondergaan, terwijl hij wel aannam dat zij mogelijk nog een straf moet uitzitten. Ook had de staatssecretaris de omstandigheden van mishandeling in voorarrest en slechte gevangenisomstandigheden onvoldoende in samenhang betrokken bij de risico-inschatting.
De Afdeling oordeelde dat het begrip ernstige mishandeling of marteling niet gelijk is aan het begrip reëel risico op ernstige schade, en dat het ontbreken van bewijs voor ernstige mishandeling niet automatisch betekent dat er geen reëel risico is. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het besluit van 5 mei 2021 tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer.