ECLI:NL:RVS:2024:1711
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om extra uren rechtsbijstand in strafzaak bevestigd ondanks beroep
Appellante verzocht de raad voor rechtsbijstand om extra uren toe te kennen voor rechtsbijstand in een strafzaak, wat meerdere malen werd afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde eerder een afwijzend besluit wegens onvoldoende motivering, maar oordeelde dat het verzoek uiteindelijk terecht werd afgewezen op grond van het beleid en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De raad stelde dat de strafzaak eenvoudig was en binnen het forfait kon worden afgehandeld, en dat de bestede uren bovenmatig en niet noodzakelijk waren. Appellante voerde aan dat zij extra onderzoek en voorbereidingen had verricht vanwege bijzondere omstandigheden, maar de Afdeling oordeelde dat deze werkzaamheden niet noodzakelijk waren voor deugdelijke rechtsbijstand.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden en dat de overschrijding van de redelijke termijn van ruim 11 maanden aanleiding gaf tot een schadevergoeding van €1.000. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard, maar de raad werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om extra uren wordt ongegrond verklaard, maar appellante krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.