ECLI:NL:RVS:2024:164
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering politieke overtuiging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 februari 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:63) waarin werd vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij het onderzoek en de beoordeling verricht van een politieke overtuiging die de vreemdeling stelt, vooral wanneer deze overtuiging niet in het land van herkomst is geuit en nog niet heeft geleid tot negatieve aandacht van vervolgingsactoren. Hierdoor is toetsing door de bestuursrechter niet effectief mogelijk.
Op grond van deze overwegingen verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 9 februari 2021, en beveelt dat de staatssecretaris een nieuw besluit neemt rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00.
De Afdeling acht het niet nodig om de overige door de vreemdeling aangevoerde grieven te behandelen, omdat het besluit vernietigd wordt en opnieuw moet worden genomen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.