ECLI:NL:RVS:2024:158
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering politieke overtuiging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 augustus 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 januari 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft in haar uitspraak van 18 januari 2024 overwogen dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het onderzoek en de beoordeling van een door een vreemdeling gestelde politieke overtuiging en de daaruit volgende vrees voor vervolging plaatsvindt. Dit betreft situaties waarin de vreemdeling deze politieke overtuiging niet in het land van herkomst heeft geuit en deze nog niet tot negatieve aandacht heeft geleid.
Door het ontbreken van een deugdelijke motivering en onvoldoende transparantie in het besluitvormingsproces kan de bestuursrechter niet effectief toetsen of de staatssecretaris zorgvuldig heeft gehandeld. Daarom is het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.