ECLI:NL:RVS:2024:1524
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening tegen besluiten Nationale ombudsman inzake Woo-verzoeken
De zaak betreft hoger beroepen van verzoeker tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag die verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) buiten behandeling stelden wegens misbruik van recht en een besluit waarbij verzoeker werd geweigerd als gemachtigde op te treden voor zes maanden. Verzoeker stelde tevens verzoeken om voorlopige voorzieningen in tegen diverse proces-, tussen- en wrakingsbeslissingen van de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelt dat tegen tussenbeslissingen geen zelfstandig beroep openstaat, maar dat deze kunnen worden meegenomen in het hoger beroep tegen de einduitspraak. Een voorlopige voorziening die neerkomt op vernietiging van tussenbeslissingen en terugverwijzing is feitelijk een einduitspraak, waarvoor nader onderzoek nodig is dat deze procedure niet toelaat.
Er bestaat spoedeisend belang bij de Woo-verzoeken en het gemachtigdenbesluit, maar het belang van de Nationale ombudsman om het hoger beroep af te wachten weegt zwaarder. De weigering van verzoeker als gemachtigde geldt alleen voor procedures bij de Nationale ombudsman en niet voor andere bestuursorganen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af en verzoekt verzoeker om in het vervolg af te zien van diskwalificerende bewoordingen in processtukken.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de besluiten van de Nationale ombudsman worden afgewezen.