ECLI:NL:RVS:2024:1428
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning kappen bomen Amsterdamsestraatweg Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende een omgevingsvergunning voor het kappen van 107 bomen, het verplanten van 3 amberbomen en het herplanten van 116 bomen in het kader van de herinrichting van de Amsterdamsestraatweg. De Utrechtse Bomenstichting verzette zich hiertegen en stelde dat meer bomen van voldoende kwaliteit behouden hadden kunnen blijven door aanpassing van het plan of verplanten.
De rechtbank verklaarde het beroep van de bomenstichting gegrond vanwege onvoldoende motivering van het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep betoogde de bomenstichting dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de mogelijkheid om 45 zilverlindes te behouden. Het college stelde incidenteel dat de bomenstichting niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat de motivering voldoende was.
De Raad van State oordeelde dat de bomenstichting wel belanghebbende is vanwege haar feitelijke werkzaamheden en statutaire doelstellingen. De Raad bevestigde dat het college de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt, waarbij het belang van de herinrichting zwaarder woog dan het behoud van de bomen. De motivering van het college was toereikend, ook met betrekking tot de afwijking van het advies in de Bomeneffectanalyse. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening af.