ECLI:NL:RVS:2024:1318

Raad van State

Datum uitspraak
28 maart 2024
Publicatiedatum
28 maart 2024
Zaaknummer
202400994/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 27 december 2023 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, maar dit beroep werd op 8 februari 2024 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat er geen spoedeisend belang bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is de staatssecretaris niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan op 28 maart 2024 door voorzieningenrechter E. Steendijk in aanwezigheid van griffier E. de Groot.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.

Uitspraak

202400994/2/V1.
Datum uitspraak: 28 maart 2024
AFDELINGL
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 8 februari 2024 in zaak nr. NL23.40608 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 27 december 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij mondelinge uitspraak van 8 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Steendijk
voorzieningenrechter
w.g. De Groot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2024
210